Taal: waarom moeilijk doen, als het makkelijk kan?

di 23 oktober 2018 | Milou

Je wilt je doelgroep bereiken. Klanten aan je binden. Een boodschap overbrengen. Of hen overtuigen van jouw product of dienst. De sleutel? Begrijpelijke taal, passend bij je doelgroep. Dat kan soms even wennen zijn, maar je schiet altijd raak.

‘Hmmm, dat is wel héél eenvoudig opgeschreven.’ Of: ‘Iets teveel jip-en-janneketaal.’ Enkele reacties die wij hier wel eens ontvangen nadat we de tekst voor een artikel, whitepaper of website hebben verzorgd. Niet heel vreemd, want we zijn vaak al snel geneigd om ambtelijk te schrijven. Lange zinnen en moeilijke woorden geven je status en laten zien dat je expertise hebt, zo is de aanname.

Moeilijke woorden geven aanzien, of toch niet?

Toch breek ik in deze blog graag een lans voor meer eenvoudige taal. Want wie komt beter over? Iemand die moeilijke woorden gebruikt, waardoor anderen niet begrijpen wat er staat? Of iemand die complexe materie goed uitlegt, zodat iedereen het snapt? En wat zou jijzelf eerder omarmen? Een dienst waarvan je niet goed weet wat het jou oplevert, of een product waarvan kraakhelder is omschreven wat de voordelen zijn?

Jip-en-janneketaal: wie doet wat?

Vrijwel iedereen heeft baat bij begrijpelijke teksten. Toch kleeft er aan de term ‘jip-en-janneketaal’ een negatieve lading. We associëren het al snel met kinderlijke taal, waaruit onvoldoende expertise straalt. Maar jip-en-janneketaal gaat óók over een slimme volgorde van onderwerp en persoonsvorm, waardoor een tekst prettiger leest.

Het uitgangspunt van jip-en-janneketaal: zet het onderwerp altijd zo ver mogelijk vooraan in een zin. Daarna volgt de persoonsvorm en als laatste het lijdend voorwerp. Kijk maar:

Jip geeft een bloem aan Janneke.

  • Jip = onderwerp
  • geeft = persoonsvorm (gezegde)
  • een bloem = lijdend voorwerp
  • aan Janneke = meewerkend voorwerp

Jip-en-janneketaal betekent dus niet dat je praat als een klein kind. Het betekent wél dat je kiest voor een korte en bondige zinnen. Met een heldere en logische opbouw. Zodat je de lezer maximaal boeit.

Taalniveau B1

Als je wilt dat jouw tekst voor het grootste gros van de mensen te begrijpen is, dan kun je taalniveau B1 aanhouden. Dit is één van de drie taalniveaus om de moeilijkheidsgraad van teksten te bepalen. De uitgangspunten van B1:

  • eenvoudig Nederlands
  • ongeveer tien woorden per zin
  • geen abstracte woorden
  • geen te lange teksten

Schrijf je op B1-niveau? Dan begrijpt 95% van de bevolking jouw tekst. Dat noemen we dus: eenvoudig Nederland.

Schrijf jij op B1?

Hoe weet je of jouw tekst 100% B1 is? Er bestaan handige sites waarop je dit kunt checken. Zoals ishetb1.nl. Hier kun je checken welke woorden onder B1-taalniveau passen en welke niet.

Eenvoudige taal, geen heilige graal

Natuurlijk hoeft eenvoudige taal (zoals B1) niet in élke situatie de allerbeste keuze te zijn. Het hangt ook af van wie je doelgroep is én de tekstvorm. Zo vraagt een artikel voor een professionele doelgroep in een vakblad om een andere benadering dan wanneer je een algemeen nieuwsbericht voor consumenten schrijft. Mijn tip: verdiep je in de doelgroep. Wie zijn dit? Wat is hun achtergrond? Welke taal spreken zij? Begrijpen zij eventueel vakjargon? Maak daarna een weloverwogen keuze.

Eenvoudige taal: wij helpen je graag

Wil jij ook je doelgroep bereiken met eenvoudige taal? Of eenvoudige taal borgen in jouw organisatie? De Huurwoordenaar helpt je graag. Met copywriting of een schrijftraining op maat.